1. Kennis van de wereld en de eigen omgeving (landen, mens en natuurlijke omgeving)
Dit is kennis over de wereld en de eigen omgeving in al zijn dimensies: sociaal, economisch, politiek, cultureel, ecologisch, ruimtelijk en historisch.
De leerling bezit het vermogen om verschillen, maar vooral ook overeenkomsten tussen mensen en gebieden in diverse delen van de wereld te benoemen.
2. Basiskennis over internationale samenwerking en het politieke krachtenveld
Basiskennis van deze begrippen is nodig voor een goed begrip van de mogelijkheden en beperkingen rond het aanpakken van de mondiale uitdagingen van deze tijd.
De leerling heeft kennis van beslissingen die op verschillende bestuurlijke niveaus worden genomen door staten, in of zonder samenwerking met andere staten. Belangrijk daarbij zijn de pogingen om te komen tot 'besturen op wereldniveau' ('global governance') - al dan niet via de Verenigde Naties.
3. De uitdagingen van deze tijd / nabije toekomst
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een aantal uitdagingen:
- Millenniumdoelen: het realiseren van de acht millenniumdoelen van de Verenigde Naties.
- Multiculturele samenleving: het waarderen van en omgaan met culturele verschillen.
- Duurzaamheid: het aanduiden van de mogelijke consequenties van bepaalde leefstijlen.
- Vrede, veiligheid en mensenrechten.
Ook wordt er een onderscheid gemaakt tussen een aantal vaardigheden:
- Vermogen om kritisch na te denken en een eigen mening te vormen.
- Vermogen om samen te werken en conflictoplossend te handelen.
- Vermogen om een houding van verantwoordelijkheid, respect en betrokkenheid aan te nemen.
- Vermogen om een positief zelfbeeld en een wereldburgeridentiteit aan te nemen.